Geschiedenis, anekdotes, dagelijkse leven op de boerderij!

Voorbij de grens.

Ik ben groot (nu ja, groot?) geworden op een boerderij. Ik herinner me nog perfect de warmte van de stallen, de geur van het voeder, de mest en urine. Misschien dat het stinkt, maar voor mij is het pure nostalgie. Het wekt bij mij gevoelens van geborgenheid op. Want geborgen was het. Alles dicht. De koeien mochten zeker geen kou vatten.

Jaren later hield mijn pa naast zijn Kempische Roodbonten ook enkele dikbillige Witblauwen (de roodbonten bestaan haast niet meer en de witblauwen kennen we nog altijd als wandelende bodybuilderkoeien.) De Witblauwen moesten een frisse stal hebben. Ze mochten absoluut niet zweten, want dan konden ze griep krijgen. Ja, gevoelige dingen die dikbillen.

Gedurende de winter van 1991 –’92 graasden mijn eerste bruine Limousins in een natuurgebied. Met de koude waren hun haren gaan groeien en waren het precies beertjes geworden. Vorst kon hen blijkbaar niet deren. Iedere dag leerde ik mijn dieren een beetje beter kennen. Met emmers moest ik water putten, terwijl  zij het met veel enthousiasme opdronken. Op een morgen werd ik wakker met ijsbloemen op de ramen. Het had hard gevroren! Mijn eerste gedachten waren bij mijn koeien. Dit is mis dacht ik! Ik verwachte de dieren met een krom ruggetje weggekropen in een hoekje te vinden. Niets daarvan, springend en dansend kwamen ze me tegemoet met het ijs op hun rug. Kou, wat is dat?

Enkele jaren geleden verraste koe Honey mij. Tijdens een koude vriesnacht eind november werd haar kalfje buiten geboren. ’s Morgens reed ik voor het lesgeven nog snel even langs de weide. Een kalfje op het ijzige gras! Een ganse dag vol onrust, maar ’s avonds bleek het kalfje springlevend.

6 januari ’09, koe Doggesnuit (ze heeft een kort kopje ) kalfde bij -15°C. De mest bevroor in de stal. De damp van de koeien hun adem bevroor in hun haren. Was dit nog mogelijk? Het leek onmogelijk en dat was het ook. Het kalfje moest bij de moeder blijven voor de eerste melk met antistoffen (de biest) en ook om een stevige band van herkenning tussen moeder en kind te ontwikkelen. Na een paar uur was kalfje (Emma) volledig onderkoeld. Het lag voor dood in de stal, terwijl Doggesnuit voortdurend allerhande kleine loeigeluidjes maakte. Actie! Emma uit de stal, in de wasplaats. Verwarming op en wrijven maar. Elektrisch verwarmertje en zelfs een grote gloeilamp. Stop, niet wrijven, dat is slecht. Pas in de namiddag stopte Emma met bibberen. Rond 16u30 mocht Emma terug naar mama. Zuigen! Een paar uur later begon het kleine ukje al weer te beven. Uiteindelijk heeft Emma 2 nachten in een klein hokje met een gloeilamp boven haar geslapen.

Waar ligt de grens, ik weet het niet, maar het was er nu wel dik over.

Etienne

Een verhaaltje onder het motto “het mag ook wel eens plezant zijn”.

In theorie kalven de koeien hier in april en november. In theorie, want in 2009 kalfde er ook eentje in september. Dat valt natuurlijk op en al vlug hadden onze dochters het kalf een naam gegeven: Etienne. Om deze koe terug in het rijtje te krijgen heb ik haar en haar zoon bij de najaarsgroep gezet, zodat ze in 2010 in november zal kalven. Dat maakt dat Etienne “de grote” is tussen de kleine novemberkalfjes.

Je ziet de kleine kalfjes nu echt opkijken naar grote broer. Als ik de koeien voeder staan alle koeien vooraan bij elkaar. De ganse stal is dan vrij. Het is speeltijd voor de kalfjes. Ze crossen van de ene naar de andere kant. De kleintjes kijken vol bewondering naar Etienne en wat hij allemaal kan, om het daarna ook zelf te proberen. Etienne maakt handig gebruik van zijn positie. Als hij ligt wordt hij gelikt door de anderen. Als ze samen liggen gebruikt hij de kleintjes als kussen voor zijn kop.

Etienne geeft ook het  voorbeeld. In de stal is een hok waar alleen de kalveren kunnen komen. Ze kunnen daar ongestoord rusten en eten. Etienne heeft de kleintjes geleerd hoe ze daar moeten binnen geraken. Etienne eet en de kleintjes hebben ook een spriet in hun bek.

Onlangs had Etienne een plaatsje gevonden om door het voederhek op de voedergang te geraken. De volgende dag waren ze al met vijf…